Ga naar hoofdinhoud

FRANK OUWENEEL LEGT UIT WAT WE IN DE HEMEL GAAN DOEN

Frank Ouweneel geeft hieronder een duidelijke uiteenzetting met betrekking tot de Hemelse aktiviteiten van de gelovigen.

Vraag: wat is het allerbelangrijkste wat wij in de Hemel gaan doen ?
Wat is het allermooiste aspect van de Hemel ?
We zullen de Here Jezus zien !

In Joh. 17 : 6 en 24 zegt Jezus tot Zijn Vader:
Ik heb uw naam geopenbaard aan de mensen, die Gij Mij uit de wereld gegeven hebt. Ik wil, dat, waar Ik ben, ook zij bij Mij zijn, om mijn heerlijkheid te aanschouwen.

 In 1 Joh. 3 : 2 lezen we:
Geliefden, wij zijn kinderen Gods. Wij weten, dat, als Hij zal geopenbaard zijn, wij Hem gelijk zullen wezen; want wij zullen Hem zien, gelijk Hij is

We zullen in de Hemel wonen.

In het huis van mijn Vader zijn vele woningen; Ik ga heen om u plaats te bereiden. En wanneer Ik heengegaan ben en u plaats bereid heb, kom Ik weder en zal u tot Mij nemen, opdat ook gij zijn moogt, waar Ik ben. (Joh. 14 : 2 en 3)

De Here Jezus spreekt hier niet over de Hemel maar over “het huis van mijn Vader”; over de intimiteit van het Hemelse gezin. In Joh. 20 : 17 verkondigt Jezus het heerlijke nieuws dat God onze Vader is geworden:

Ik vaar op naar mijn Vader en uw Vader.

Vroeger was God onze Vader niet; Hij was de ons oordelende God. Joh. 1 : 12 leert dat wij op grond van ons geloof in de Here Jezus kinderen van God zijn geworden.
Dat betekent dat Jezus’ Vaderhuis ook óns Vaderhuis is; we zullen er eeuwig verblijven:

Wanneer de aardse tent, waarin wij wonen, wordt afgebroken, hebben wij een gebouw van God in de hemel, een eeuwig huis. (2 Kor. 5 : 1)

Wij zullen altijd bij de Heer wonen. (1 Thess. 4 : 17)

We zullen in de Hemel rusten.

En ik hoorde een stem uit de hemel zeggen: Zalig de doden die in de Here sterven. Ja, zegt de Geest, dat zij rusten van hun moeiten. (Op. 14 : 13)

We zullen in de Hemel volmaakt genieten.

De vrijgekochten des Heren zullen wederkeren en met gejubel in Sion komen; eeuwige vreugde zal op hun hoofd wezen, blijdschap en vreugde zullen zij verwerven, kommer en gezucht zullen wegvluchten. (Jes. 51 : 11)

Een eeuwig gewicht van heerlijkheid; want wij weten, dat, wanneer de aardse tent, waarin wij wonen, wordt afgebroken, wij een gebouw van God hebben, in de hemel: een eeuwig huis. (2 Kor. 4 : 17 en 2 Kor. 5 : 1)

We zullen in de Hemel (álles !!) begrijpen.

Nu zien wij nog door een spiegel, in raadselen, doch straks van aangezicht tot aangezicht. Nu ken ik onvolkomen, maar dan zal ik ten volle kennen, zoals ik zelf gekend ben. (1 Kor. 13 : 12)

 We zullen in de Hemel stralen.

 Waar we op aarde naar verlangd hebben: het uitstralen van de volheid van God, zal in de hemel werkelijkheid worden. Moeiten en zorgen die het stralen dikwijls belemmeren, zijn dán voorbij. De “diamanten” van het nieuwe leven, die op aarde niet altijd even duidelijk zichtbaar waren, zullen in de hemel “schitteren”:

Jezus sprak: dan zullen de rechtvaardigen stralen als de zon in het Koninkrijk huns Vaders. (Matth. 13 : 43)

We zullen in de Hemel volmaakt aanbidden.

De vierentwintig oudsten wierpen zich voor het Lam neder, hebbende elk een citer en gouden schalen, vol reukwerk; dit zijn de aanbiddingen der heiligen. En zij zongen een nieuw gezang, zeggende: Gij zijt waardig de boekrol te nemen en haar zegels te openen; want Gij zijt geslacht en Gij hebt hen voor God gekocht met uw bloed, uit elke stam en taal en volk en natie. En ik zag, en ik hoorde een stem van vele engelen rondom de troon, en van de dieren en de oudsten; en hun getal was tienduizenden tienduizendtallen en duizenden duizendtallen, zeggende met luider stem: Het Lam, dat geslacht is, is waardig te ontvangen de macht en de rijkdom, en de wijsheid en de sterkte, en de eer en de heerlijkheid en de lof. En alle schepsel in de hemel en op de aarde en onder de aarde en op de zee en alles wat daarin is, hoorde ik zeggen: Hem, die op de troon gezeten is, en het Lam zij de lof en de eer en de heerlijkheid en de kracht tot in alle eeuwigheden. (Op. 5 : 8, 9 en 11 t/m 13)

Daarna zag ik, en zie, een grote schare, die niemand tellen kon, uit alle volk en stammen en natiën en talen stonden voor de troon en voor het Lam, bekleed met witte gewaden en met palmtakken in hun handen. En zij riepen met luider stem en zeiden: De zaligheid is van onze God, die op de troon gezeten is, en van het Lam ! (Op. 7 : 9 en 10)


meer informatie:
https://www.frankouweneel.nl

Dit bericht heeft 0 reacties

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *